Ingezonden brief: Houd het toerisme in Noordoost Friesland vooral kleinschalig

Harm Jan Wilbrink schrijft:

Televisiemaker Wibo van de Linde op het Wad bij de Eilanderbalg onder Schiermonnikoog

Het noorden van Friesland krimpt en het toerisme biedt nieuwe kansen. Toch moeten we zorgen dat het kleinschalige karakter van de regio behouden blijft.

Elf jaar geleden kochten mijn toenmalige vriendin en ik een oud vissershuisje in Moddergat. We hadden alletwee lang in de stad gewoond en genoten van de natuur en geschiedenis in de regio. Al snel konden we van de kerk een leegstaand lokaal huren, waar we activiteiten begonnen te organiseren. Dit is uitgegroeid tot stichting Oan ‘e dyk, die nu dagelijks wadlooptochten, waddenexcursies en workshops waddenklei organiseert.

In de afgelopen jaren hebben we ons dorp zien veranderen. Er zijn veel oude mensen vertrokken of overleden. Op de begraafplaats rond de kerk zijn dit jaar acht personen begraven, een negatief hoogtepunt. Hierdoor dreigde een tijdje leegloop. Maar door de opkomst van het toerisme, mede door de toenemde rol van Airbnb, is het aantal leegstaande huizen de afgelopen jaren juist gedaald.

Krimp
Krimp is niet iets dat alleen in Noordoost Friesland is. In vrijwel de hele wereld trekken mensen van het platteland naar de stad. Dat geldt ook voor bedrijvigheid. Als je goederen produceert heb je ook te maken met een mondiale afzetmarkt en om die te bereiken heb je hier extra transportkosten. Die proberen we te verminderen met een snelweg zoals de Centrale As, maar de transportkosten zullen altijd hoger blijven vergeleken met hetzelfde bedrijf dat bijvoorbeeld in Rotterdam zit. De tijd dat ieder dorp een eigen industrieterrein moest hebben is volgens mij een achterhaald idee.

Dat er eenvoudigweg krimp is is niet een populaire boodschap en in de politiek hoor je er ook weinig van. ‘Je geeft Friesland dan economisch op’, hoor ik dan wel eens. Maar ik denk juist dat als je het hele Nederlandse plaatje bekijkt dat er hier mogelijkheden zijn die er elders niet meer zijn. Want nu de Randstad drukker en drukker wordt krijgen de mensen ook meer en meer behoefte aan plaatsen waar het nog rustig is, waar natuur is en waar je ’s nachts nog sterren kunt zien omdat het nog donker is. Tijdens onze dagelijkse tochten daag ik mensen steeds uit door te zeggen dat Paesens-Moddergat de meest open plek in Nederland is en dat je nergens zo veel om je heen kunt zien als hier, zonder grote gebouwen en andere menselijke bouwwerken. En nog nooit heeft iemand me de afgelopen tien jaar tegengesproken.

Nu we zien dat toerisme kansen biedt voor krimp en leegloop in traditionele economische sectoren, bestaat het gevaar dat we onze specifieke kwaliteiten van rust en ruimte in de uitverkoop doen. In vrijwel alle kustplaatsen in Noordoost Friesland ontstaan plannen voor grootschalige toeristische voorzieningen. Zie Holwerd aan zee, een project dat 200 miljoen moet kosten. Of het ‘Werelderfgoedcentrum’ in Lauwersoog dat met dertig meter hoogte dezelfde grootte heeft als een flatgebouw van zeven tot acht verdiepingen. In Wierum zijn plannen om het wad om te bouwen tot een pier met strand en in Paesens-Moddergat moet een kunstwerk in zee verrijzen in het slik onder het motto “We gaan de Waddenzee nog mooier maken”.

Ik denk dat veel te maken heeft met het traditionele beeld dat economische vooruitgang te maken heeft met veel voorzieningen. Je hoort vaak in ons dorp verbazing om de vele toeristen die hier komen onder het gezegde “Er is hier ja niks”. Wat we dan vergeten is dat het voor veel bewoners in de drukke delen van Nederland -en dat is praktisch overal- het juist zo bijzonder is dat er hier ‘niks’ is. Dat hier kleine oude huisjes zijn er verder alleen leegte en rust.

In het verleden hebben we dezelfde ontwikkelingen gezien op de Waddeneilanden. Toen deze in de jaren zestig ontdekt werden door de toeristen kwam dat omdat men juist het kleinschalige en authentieke zo mooi vond. Maar in hun kielzog kwamen de grootschalige voorzieningen, die afbreuk hebben gedaan aan dit unieke karakter. Een vriendin van me, die al jaren op Terschelling komt, beklaagde zich er afgelopen zomer over dat er niet eens meer schelpenpaadjes liggen. “Er waren alleen nog grote geasfalteerde wegen voor electrische fietsen”.

Noordoost Friesland heeft veel mogelijkheden om nog meer toeristisch aantrekkelijk te worden. Vergeleken bij Noordwest Groningen zijn hier minder kleine toeristische ondernemingen die een dorpje aantrekkelijk maken, zoals een minicamping of een kaarsenmakerij. In plaats hiervan worden vooral plannen gemaakt voor grootschalige projecten. Dit heeft ook te maken met de subsidiestromen. Er gaat nou eenmaal zoveel geld in om dat het weinig lonend lijkt te zijn om kleine ondernemingen te stimuleren.

Toch denk ik dat hier juist de mogelijkheden liggen. Er is een probleem met leegstand van bijzondere gebouwen en dan vind ik het raar dat er vrijwel alleen nieuwbouw gepleegd wordt. Waarom zouden we niet meer onder de aandacht brengen dat mensen hier, eventueel met hulp van subsidie, goedkoop kunnen wonen en een onderneming op kunnen zetten?

Ik denk dat we van het idee af moeten dat de regio niet goed genoeg is voor toeristen omdat hier ‘niks is’. We weten onvoldoende hoe bijzonder dat is!

Harm Jan Wilbrink is socioloog, oprichter van stichting Oan ‘e dyk en wadloopgids