Schrijven zit Martin Scherstra in het bloed

DOKKUM – Er is weer een nieuw boek verschenen van de Dokkumer auteur Martin Scherstra. Herstel, er zijn weer een aantal nieuwe boeken van zijn hand verschenen. Want het lijkt alsof Scherstra aan de lopende band boeken aflevert. Alleen dit jaar al verschenen het tweede deel uit de voetbalserie ‘De Goalies’ en zijn zevende roman ‘Adempauze’, en in de laatste maand van dit jaar zullen er ook een tweetal boeken van Scherstra’s nieuwste kinderserie ‘Puppy’s verschijnen.
Of het nu om kinder- of jeugdverhalen gaat, of romans voor volwassenen, hij draait er zijn hand niet voor om. Zo lijkt het althans. Dat er meer voor nodig is om een boek gepubliceerd te krijgen en dat het af en toe best hard werken is, weet de auteur als geen ander.  Ruim dertig jaren timmert Martin Scherstra nu al aan de weg in boekenland. Tijd voor een interview dus.

Op zijn zevende wist hij al wat hij later wilde worden: schrijver. ‘Dat is een vast gegeven wat als een rode draad door mijn leven loopt,’ vertelt Scherstra. ‘Schrijven zit me nu eenmaal in mijn bloed. Ik vind het heerlijk om te doen. Een dag niet geschreven is een dag niet geleefd, zeg ik altijd. Ook al is het een kwartiertje per dag, als ik maar even iets kan schrijven.’  Naast het schrijven van uiteenlopende genres heeft hij ook nog een volledige baan buitenshuis. ‘Schrijven doe ik als ik vrij ben, na het werk, in de vakanties, in de weekenden. Gestolen momenten, zo noem ik het. Ik schrijf als er tijd voor is.’ Op de vraag waar hij zijn inspiratie weghaalt, lacht Scherstra. ‘Dat kan overal en nergens zijn, maar vaak altijd op een moment als er geen papier en pen of een computer voorhanden zijn. Onder de douche bijvoorbeeld. Sta je je net in te zepen, flitst er ineens een idee door je hoofd. Dat kan een titel van een nieuw verhaal zijn, maar ook een scene. Of onderweg op de fiets naar het werk. Dan willen me ook nog wel eens scenes of hele gesprekken te binnen schieten. Zodra ik op mijn werkplek ben schrijf ik eerst alles in korte zinnen op. Mijn werktafel thuis ligt dan ook vaak vol met velletjes papier waarop steekwoorden staan.’  Volgens Scherstra ziet hij zijn verhalen in beelden. ‘De scenes die ik bedenk komen als filmbeelden in mij op. Daarin zie ik het hele plaatje. Niet alleen hoe de personages eruit zien, maar ook de omgeving, de sfeer, wat voor weer het is, enzovoorts. Ik wil mijn lezers graag meevoeren naar de wereld die ik schep en hoewel ik ook veel dingen weglaat – de rest vult de lezer vaak zelf wel in – probeer ik toch zoveel mogelijk details te geven zonder dat dit van het verhaal afleidt.’  Het schrijven van een verhaal verschilt per boek. ‘Voor een roman trek ik minstens een half jaar uit,’ legt Scherstra uit. ‘Dat moet ook wel, want het genre wat ik schrijf staat en valt met de gevoelens van de hoofdpersonages. Ik schrijf romantische romans – wegdroomromans noemt mijn uitgever ze. Verhalen waarbij je kunt wegdromen, maar die wel de nodige drama, hartstocht, actie, spanning en humor meekrijgen. Voor een roman probeer je jouw personages zo goed mogelijk neer te zetten, de lezer moet kunnen meeleven met de hoofdrolspelers in je verhaal. Dat geldt natuurlijk ook voor de personages voor de kinder- en jeugdboeken, maar daarvoor hoef je niet zo diep te gaan als bij romans. Voor een jeugdboek trek ik meestal vier, vijf maanden uit. Vaak heb ik de verhalen wel eerder klaar, maar toch houd ik me aan deze periode, waarin ik de verhalen nog een aantal keren doorlees.’

Een roman en een aantal kinderboeken per jaar. Je kunt je afvragen of Scherstra zijn verhalen niet door elkaar haalt. Scherstra lacht. ‘Nee hoor, dat valt wel mee. Ik kan mijn verhalen goed los van elkaar zien. Bovendien begin ik pas te werken aan een nieuw boek als de ruwe versie van het vorige klaar is. Ik ben nooit bezig met meerdere boeken tegelijk. Dat kan ook niet, want ieder boek is weer zo compleet anders. Bovendien wil ik kwaliteit leveren, ik wil elk boek mijn volledige aandacht geven.’

Zodra Scherstra een boek bij de uitgever inlevert begint het wachten. Een spannende periode, zegt Scherstra. ‘Je bent zo goed als je laatste boek. Ook al ben ik nu zolang bezig, iedere keer vind ik het weer spannend als ik een boek heb ingestuurd. Het oordeel van de uitgever is belangrijk. Net zoals het oordeel van Pietie, mijn vrouw. Zij kijkt mijn boeken altijd na, geeft op- en aanwijzingen, dit is goed en dit is niet goed. Zonder haar toestemming gaat er geen boek of verhaal de deur uit. Kijk, ik kan wel een leuk verhaal schrijven, maar het moet allemaal wel kloppen. Als auteur verlies je jezelf vaak in het verhaal, je leest het zo vaak over dat je af en toe dingen over het hoofd ziet. Pietie pikt zoiets er meteen uit. En wat wij samen er niet uitpikken, haalt de uitgever er wel uit.’ Hoewel Scherstra al veel titels op zijn naam heeft staan, komen die namen niet altijd overeen. Martin Shane, Mattie Scherstra-Lindeboom. Het zijn pseudoniemen van de schrijver. ‘Toen ik mijn eerste boek mocht schrijven voor Uitgeverij Kluitman Alkmaar,’ legt de auteur uit, ‘wilde de uitgever graag een Engels klinkende naam. Omdat het over computers ging en ik daarna een detective zou gaan schrijven die zich afspeelde in Amerika, dacht de redactie dat de boeken beter zouden aanslaan als er een Engelse naam op de omslag kwam te staan. Mijn eerste volwaardige roman ‘Zelfs de sterren leken eenzaam’ kwam in een Gouden Drieluik uit. Het leek mijn uitgever beter om het pseudoniem van een vrouw te gebruiken, ook al omdat mijn roman vanwege naamsbekendheid samen met de verhalen van twee bekende vrouwelijk auteurs zou worden uitgegeven. Maar toch is het geen vrouwennaam geworden. Mijn familie in Overijssel noemt mij Mattie, Scherstra is de naam van mijn vader en Lindeboom is de naam van mijn moeder.’


Scherstra is dus een veelzijdig schrijver. Inmiddels kan hij al heel wat boekenplanken vullen met zijn romans en jeugdboeken. De roman voor volgend jaar is klaar en een nieuw boek in de serie ‘
Dolfijnen Club’ staat op stapel. Heeft de auteur nog wensen?  Scherstra denkt even na. Dan zegt hij: ‘Schrijven is mijn lust en mijn leven. Ik mag het doen, omdat mijn lezers mijn boeken mooi vinden. Mijn uitgevers geloven in mij, maar wat meer is, Pietie gelooft in mij. Dat is voor mij het allerbelangrijkst. Zij was het die me meer dan dertig jaar geleden aanspoorde om eens een verhaal af te maken en op te sturen naar Uitgeverij Kluitman. Tot die tijd schreef ik de verhalen die ik bedacht nooit af, omdat ik dan alweer met iets anders bezig was. Ik schrijf voor ons beiden en zolang we er beiden plezier aan beleven gaan we door. Het is een joint venture.  Momenteel ben ik in de gelukkige omstandigheid dat de uitgevers naar mij komen en mij vragen iets voor hun te schrijven. Dat is de omgekeerde wereld.  Ik hoop nog heel lang te mogen schrijven, de dingen te blijven doen die ik leuk vind, maar bovenal hoop ik ze nog heel lang samen te blijven doen met al die lieve mensen die al die tijd in me zijn blijven geloven.’

 

dsc_0128 dsc_0232 dsc_0235 dsc_0237 dsc_0245 dsc_0246 dsc_0249 dsc_0252 dsc_0242