Grashoogte meten na bemestingsproef

SURHUISTERVEEN – Het uitsproeien van mest levert groener gras op dan het injecteren ervan. Dat blijkt uit eerste metingen en visuele beoordelingen van een perceel bij Surhuisterveen, waar bijna vier weken geleden een proef is gestart met verschillende bemestingssystemen. Verder is waarneembaar dat bij het ouderwets uitrijden met giertank en ketsplaat de minste mest wordt teruggevonden op de bodem. Er is weinig verschil in grashoogte bij de diverse methodes.

Dat zijn de eerste conclusies die getrokken kunnen worden uit een praktijkproef op het land van maatschap Bloemhoff-Bergsma aan de Blauwhuisterweg bij Surhuisterveen. Op initiatief van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en de vereniging Noardlike Fryske Wâlden (NFW) zijn er vier verschillende bemestingssystemen ingezet die ieder stroken weiland hebben bewerkt: een mestinjecteur, een duospray-machine, een triplespray-machine en een conventionele giertank. Uit de eerste metingen van de grashoogte blijkt dat er weinig verschil is tussen de vier proefvelden. Wel is de grasgroei op de strook van de mestinjecteur later op gang gekomen. De lengte van het gras wordt over een aantal dagen opnieuw gemeten. Als de melkveehouder het perceel binnenkort maait, wordt de opbrengst van de proefstroken gewogen. Dan kan er een conclusie worden getrokken of er verschil is in grasopbrengst tussen de bemestingmethodes. Met de praktijkproef willen de NFW en NMV aantonen dat er goede alternatieven zijn voor mestinjectie. Veel boeren zijn namelijk ervan overtuigd dat het injecteren niet goed is voor de bodem en het bodemleven.

Op de foto: Dictus Hoeksma en Hylke Hoekstra van de vereniging Noardlike Fryske Wâlden (eerste en tweede van rechts) meten de grashoogte. Melkveehouder Menno Bloemhoff (links) en Foppe Nijboer (NFW) kijken toe.